Bestrijdingsmethoden

Afdekken van de groeiplaats

Afdekken van de groeiplaats
(9 locaties)

De methode...
Voorafgaand aan het groeiseizoen worden de populaties afgedekt met afdekmateriaal met daarop een grondkolom. Uit diverse experimenten is gebleken dat de scherpe punten van duizendknoop vrij gemakkelijk door landbouwplastic heen kunnen prikken. Niet-waterdoorlatend materiaal zoals worteldoek is verstikkender dan geotextiel, maar het stagnerende water kan tot gevolg hebben dat het doek kwetsbaarder wordt.

Daarom is gekozen voor geotextiel van voldoende zware kwaliteit, omdat dit stevig genoeg is om te voorkomen dat de jonge scheuten van duizendknoop er doorheen prikken en omdat hier geen water op stagneert. Er is wel gevarieerd met twee diktes geotextiel: een dik geotextiel dat in één laag is aangebracht en een dunner geotextiel dat in één of twee lagen is aangebracht.

Om te voorkomen dat de scheuten van duizendknoop het materiaal onder grote spanning zetten en om het afdekmateriaal te maskeren, wordt een laag grond van 40 cm op het afdekmateriaal aangebracht. De opgebrachte grond moet vanzelfsprekend geen wortelstokken van duizendknoop bevatten! Omdat duizendknoop de eigenschap heeft dat worteluitlopers tot zeker drie meter vanaf een bestaande populatie kunnen opkomen, moet het afdekmateriaal minimaal vier meter vanaf de rand van de populatie beginnen. Er zullen eventueel rondom de af te dekken populatie enkele proefboringen worden gedaan om nader te bepalen hoe ver de wortelstokken zijn verspreid.
Ervaringen...
Het afdekken bleek minder simpel dan van te voren wellicht zou worden verwacht. Er was rekening gehouden met problemen als gevolg van de aanwezigheid van bomen of andere obstakels en bij verharding. Daarom zijn die groeilocaties tijdens de selectie zo veel mogelijk vermeden. Daar waar dit niet mogelijk was bleek de duizendknoop inderdaad rondom deze obstakels (bomen en palen) alsnog omhoog te komen vanonder het afdekmateriaal. De reden hiervoor is het feit dat het niet mogelijk is het afdekmateriaal naadloos rondom een obstakel aan te brengen.

Op een aantal locaties kwam er een jaar na afdekken toch duizendknoop op. Dit bleek het gevolg te zijn van beschadigingen in het doek die tijdens het aanbrengen van het doek waren ontstaan, doordat achtergebleven dode stengels of stobben door het doek prikten of er met machines over het doek was gereden (zie figuur 3.5). Op drie locaties is besloten in jaar 2 het doek opnieuw aan te brengen en minimaal 4 jaar te laten liggen (tot 2019). Op de locaties waar het doek meer dan 3 jaar onafgebroken heeft gelegen, is in het voorjaar van 2017 een deel van het doek verwijderd. Bij de groeilocaties waar de duizendknoop 4 groeiseizoenen is afgedekt lijken de duizendknopen te zijn verstikt. Op één locatie heeft het doek iets meer dan 2 groeiseizoenen gelegen. Ook op die locatie is het doek verwijderd. De wortels onder het doeken leken hier vitaler dan de worteldelen afkomstig van 4 jaar afgedekte locaties. Indien mogelijk is het verstandig het doek langer dan vier groeiseizoenen te laten liggen.
Resultaten...
Van twee afdekproeflocaties zijn worteldelen meegenomen en opgepot met potaarde om te onderzoeken of deze worteldelen in leven waren en zo ja, nog voldoende groeikracht voor uitlopen zouden hebben. Van één locatie is geen enkel van de meegenomen worteldelen uitgelopen. Deze worteldelen waren zwart van kleur waardoor in het veld al aangenomen werd dat deze dood waren. Dit werd bevestigd door de resultaten van de potproef. Van de andere locatie liep één van de acht worteldelen uit. Dit was een worteldeel dat aan de zijkant van het doek lag. De aanname is dat dit worteldeel te dicht bij de rand van het doek lag, waardoor deze niet volledig verstikt is. Dit bevestigt het gegeven dat het afdekmateriaal ruim over de randen van groeilocatie aangebracht dient te worden.

De worteldelen afkomstig van de locatie waar het doek iets meer dan 2 groeiseizoenen heeft gelegen, bleken tijdens de oppotproef vitaler dan de worteldelen van de groeilocaties waar het doel 4 jaar heeft geleden. De worteldelen afkomstig van de 2 jaar afgedekte locatie bleken wel uit te lopen terwijl de worteldelen van de andere groeilocaties geen groei lieten zien. Dit bevestigt de hypothese dat het afdekmateriaal meer dan 4 jaar moet blijven liggen.

Er is geen verschil in resultaat geconstateerd tussen het aanbrengen van één laag dik geotextiel en één of twee lagen dun geotextiel. Wel is gebleken dat bij het aanbrengen van dun geotextiel nog voorzichtiger dient te worden gewerkt om te voorkomen dat er tijdens het aanbrengen gaten in het doek ontstaan. Mits het doek zorgvuldig wordt aangebracht, leidt de afdekmethode dus tot positieve resultaten.

Op de groeilocaties die zijn getest, is het geotextiel niet volledig verwijderd. Er is een gat gemaakt in het midden van het doek. In de komende groeiseizoenen zal blijken of er alsnog hergroei op zal treden.
Manuren en materiaalkosten...
Het aanbrengen van het geotextiel kostte gemiddeld 5,5 manuren werk per are. Het geotextiel (Terram) dat tijdens de praktijkproef is toegepast was afkomstig van de producent Fibreweb. Hiervoor is gekozen omdat bekend was dat duizendknoop er niet doorheen groeide. Het doel van de praktijkproef was immers niet verschillende soorten doek te testen, maar om te bepalen of de methode afdekken wel of niet tot goede resultaten leidt. De kosten voor het geotextiel van Fibreweb (één rol (4,5 meter bij 50 meter) bedroegen € 400 en ook de transportkosten vanuit het Verenigd Koninkrijk naar de afdeklocaties waren hoog (€ 150 voor één rol of € 200 voor twee rollen). Vanwege deze hoge kosten ligt het niet voor de hand ook in de toekomst te kiezen voor dit geotextiel. In Nederland zijn goedkopere geotextielen verkrijgbaar waarvan de producenten aangeven dat zij over dezelfde eigenschappen beschikken als Terram. De kosten per m² van dit geotextiel liggen in de range tussen ongeveer € 0,50 tot € 0,90 per m2. Om de kosten van de methode afdekken te bepalen is gerekend met de hoogste waarde uit deze range, omdat dit een beter beeld geeft van de kosten die verwacht kunnen worden bij toepassen van deze bestrijdingsmethode in Nederland. De transportkosten bedroegen € 110 voor het transport van twee rollen geotextiel binnen Nederland. De overige kosten voor een maaimachine, een mobiele kraan voor het aanbrengen van het doek en de kolom aarde bedroegen gemiddeld € 1.240 voor een locatie van één are.

In de jaren erna zijn op 3 van de 8 locaties werkzaamheden uitgevoerd. Die bestonden uit het bijmaaien van de randen van de afgedekte plek waar toch duizendknoop opkwam. Dit kwam doordat de bufferzone van geotextiel rondom de plek met duizendknoop niet breed genoeg is gelegd. Dit kostte 1 tot 1,5 manuur per jaar.
Overzicht van de gemiddelse startkosten voor afdekken van een are
*inclusief een bufferrand van 4 meter is voor het afdekken van één are 324 m2 doek nodig.
Kosten in relatie tot behaalde resultaat...
Bij de afdekmethode zijn in het eerste jaar kosten gemaakt voor het maaien en afvoeren van maaisel van de locatie, het geotextiel en de teeltaarde om op het doek aan te brengen. De kosten bedroegen voor een groeilocatie van één are gemiddeld ongeveer € 1.685. Deze kosten zijn zeer hoog vergeleken met de andere bestrijdingsmethoden. Echter, in de opvolgende jaren zijn er bij de afdekmethode geen tot nauwelijks bestrijdingsactiviteiten noodzakelijk en bedroegen de gemaakte kosten jaarlijks €35 tot €45 per groeilocatie voor het controleren van de groeilocatie en eventueel bijmaaien van de randen van de groeilocatie. Gedurende de vierjarige praktijkproef bedroegen de jaarlijkse kosten voor de afdekmethode €420 per are. Kijken we over een periode van 8 groeiseizoenen, dan komen de gemiddelde kosten uit op € 250 per jaar.

Intensief maaibeheer

Intensief maaibeheer
(52 locaties)

De methode...
Diverse onderzoekers hebben de conclusie getrokken dat alleen maaien als bestrijdingsmethode weinig kans op succes biedt. In de eerder uitgevoerde onderzoeken en praktijkexperimenten waaruit dit geconcludeerd wordt, heeft men zich echter beperkt tot één tot vier keer maaien per groeiseizoen. In een enkel geval is er tot maximaal 10 keer gemaaid in een groeiseizoen. Ook heeft men het maaien in die onderzoeken vaak slechts één tot twee seizoenen volgehouden.

Op basis van positieve resultaten van enkele kleinschalige proeven door terreinbeherende organisaties met frequent maaien gedurende meerdere jaren is gevarieerd met twee maaifrequenties (tweewekelijks en maandelijks maaien). Naast deze bestrijdingsproef heeft één deelnemer wekelijks gemaaid. Er is zowel handmatig als machinaal gemaaid. Handmatig maaien is met behulp van een bosmaaier of zeis uitgevoerd. Machinaal maaien werd gedaan met een maai-zuigcombinatie. Om te voorkomen dat knopen zouden worden verspreid en opnieuw zouden uitlopen, diende het afmaaien zeer zorgvuldig te gebeuren en diende het maaisel gecontroleerd te worden verwijderd. Het maaisel werd gedroogd op een locatie met een dichte vloer of direct afgevoerd naar een composteringsbedrijf. Ook diende de gebruikte materialen en machines direct na het maaien van de duizendknoopgroeilocaties gereinigd te worden om verspreiding van knopen te voorkomen. Voor beide maaifrequenties zijn proeflocaties geselecteerd op droge leemarme zandgronden en op kleigronden om te onderzoeken of er een verschil is tussen effect van maaibeheer en bodemtype.
Ervaringen...
Maandelijks maaien en tweewekelijks maaien
De algemene ervaring bij de methoden met maaien (zowel maandelijks als tweewekelijks) is dat het veel manuren kost en daarmee duur is. Het gaat hierbij dan niet zozeer om de kosten per groeilocatie, maar vooral om de totale kosten gerekend over alle groeilocaties die werden gemaaid. . Wel is er een verschil in kosten tussen alleen handmatig maaien, alleen maaien met een maai-zuigcombinatie of een combinatie van handmatig maaien en inzet van een maai-zuigcombinatie. De praktijkproef laat positieve resultaten zien, maar dit werd bij beide maaifrequenties pas na een aantal jaar zichtbaar. Het uitblijven van resultaat binnen een aantal jaar, in combinatie met de hoge kosten, waren voor enkele deelnemers van de proef reden om deze manier van bestrijden niet voort te zetten. Een andere deelnemer zag wel een afname in duizendknoop, maar ziet wel dat in bosvakken het effect van intensief maaibeheer minder groot is.
Voor en na het maandelijks maaien (jaar 0 en jaar 4) (Waterschap Brabantse Delta - Rozendaalse Vliet).
Voor en na het maandelijks maaien (jaar 0 en jaar 4) (Waterschap Brabantse Delta - Rozendaalse Vliet).
Voor en na het tweewekelijks maaien met de bosmaaier (jaar 0 en jaar 4) (Oranje Nassau’s Oord.)
Op de linkerfoto bestaat de ondergroei met name uit duizendknoop, op de rechterfoto uit brandnetel.
Voor en na het tweewekelijks maaien met de bosmaaier (jaar 0 en jaar 4) (Oranje Nassau’s Oord.) Op de linkerfoto bestaat de ondergroei met name uit duizendknoop, op de rechterfoto uit brandnetel.
Resultaten...
Maandelijks maaien
Bij maandelijks maaien is het aantal stengels significant afgenomen van gemiddeld 4.800 stengels per are in jaar 0 naar 2.100 stengels in jaar 3. In het laatste jaar daalde het aantal stengels per are naar 1.200. De bedekking (gemeten met de Braun-Blanquetmethode) is niet significant afgenomen. In het veld werd waargenomen dat de hergroei van de duizendknoop dunner was en ook een geringere hoogte bereikte, dit kan alleen niet statistisch aangetoond worden.
Aantal stengels per jaar per are  bij maandelijks maaien.
Aantal stengels per jaar per are bij maandelijks maaien.
Tweewekelijks maaien
Bij tweewekelijks maaien is de bedekking van duizendknoop tussen de start en het einde van de proef niet afgenomen. Het aantal stengels is wel geleidelijk afgenomen van gemiddeld 5.300 stengels naar gemiddeld 1.500 stengels per are.
Aantal stengels per jaar per are bij tweewekelijks maaien.
Aantal stengels per jaar per are bij tweewekelijks maaien.
Manuren en materiaalkosten...
Maandelijks maaien
Maandelijks maaien is in twee varianten uitgevoerd:
  • maaien middels een maai-zuigcombinatie;
  • maaien middels een combinatie van handmatig maaien (met bosmaaier of zeis) en een maai-zuigcombinatie.
Het aantal manuren per are bij een maai-zuigcombinatie schommelde gedurende de proef rond de 4,5 uur per jaar. Totaal kostte het maaien over de 4 jaar 25 manuren per are. De totale gemiddelde kosten per are over de looptijd van 4 jaar bedroegen ongeveer € 650. De gemiddelde kosten per are per jaar bedragen € 160 per are per jaar over een periode van 4 jaar en € 155 over een periode van 8 jaar.

Bestrijding middels de combinatie van de inzet van een maai-zuigcombinatie en handmatig maaien, kostte het eerste jaar gemiddeld 4,5 manuren per are. Dit nam af tot iets meer dan 2,5 manuren per are.

De totale gemiddelde kosten voor de looptijd van 4 jaar bedroegen iets meer dan € 1.000 per are. Gedurende de looptijd lijken de jaarlijkse kosten wel af te nemen. Dit is het gevolg van het feit dat de (her)groeisnelheid van de duizendknoop als gevolg van het intensief maaibeheer afneemt. Daardoor neemt de maaifrequentie af naarmate de jaren vorderen. De gemiddelde kosten per are per jaar bedragen € 500 per are per jaar over een periode van 4 jaar en € 220 over een periode van 8 jaar.

Tweewekelijks maaien
Tweewekelijks maaien is in twee varianten uitgevoerd:
  • handmatig maaien (middels bosmaaier of zeis);
  • maaien middels een combinatie van handmatig maaien en een maai-zuigcombinatie.
Op de locaties waar alleen handmatig gemaaid is nam het aantal manuren af van 12,5 uur per are in het eerste jaar naar iets meer dan 6 uur per are in het laatste jaar. Ook de jaarlijkse kosten per are namen af, van ongeveer € 450 in het eerste jaar naar € 225 in het laatste jaar. Totaal kostte handmatig maaien over de looptijd van 4 jaar ongeveer 35 manuren en de totale kosten bedroegen € 1.250 per are. De gemiddelde kosten per are per jaar bedragen € 310 over een periode van 4 jaar en € 260 over een periode van 8 jaar.

Waar een combinatie is gebruikt van een maai-zuigcombinatie en handmatig maaien, nam het aantal manuren af van 17 uur per are in jaar 1 tot ongeveer 10 uur per are in de laatste twee jaren. Ook de totale jaarlijkse kosten namen af van ruim € 1.000 per are in het eerste jaar naar iets minder dan € 700 per are in de laatste twee jaren. Totaal kostte de combinatie van een maai-zuigcombinatie met handmatig maaien over de looptijd van 4 jaar ruim 50 manuren en de totale kosten bedroegen € 3.300 per are. De gemiddelde kosten per are per jaar bedragen € 825 per are per jaar over een periode van 4 jaar en € 715 over een periode van 8 jaar.
Kosten in relatie tot behaalde resultaat...
Maandelijks maaien
Maandelijks maaibeheer is over de looptijd van 4 jaar gezien een relatief goedkope bestrijdingsmethode waarmee relatief eenvoudig grote oppervlakten met hoge stengeldichtheden bestreden kunnen worden. Wel is de afname van het aantal stengels vergeleken met de overige geteste methoden relatief laag en dient de methode nog meerdere jaren te worden voortgezet. Op basis van de proef is niet aan te geven hoeveel jaren in totaal gemaaid zal moeten worden om de duizendknoop volledig weg te krijgen. Ook is het nog maar de vraag of de duizendknoop met deze methode uiteindelijk helemaal bestreden kan worden. Maandelijks maaien moet daarom meer gezien worden als een beheersmethode dan een bestrijdingsmethode, die risico op verspreiding van worteldelen en knopen via de maaimachine naar nieuwe locaties met zich meebrengt.

Tweewekelijks maaien
Tweewekelijks maaien is een relatief dure bestrijdingsmethode met een relatief lage afname van het aantal stengels vergeleken met de overige geteste methoden. Ook moet de methode nog meerdere jaren worden toegepast voordat er effect waarneembaar is. Wel kunnen relatief eenvoudig grote oppervlakten met hoge stengeldichtheden bestreden worden. Het verschil in stengelafname tussen maandelijks en tweewekelijks maaibeheer is klein, terwijl het verschil in kosten aanzienlijk is. Wanneer gekozen wordt voor maaibeheer, is een intensiteit van tweewekelijks maaien niet noodzakelijk en is maandelijks maaien afdoende om hetzelfde resultaat te bereiken. Wel net als bij maandelijks maaibeheer is het de vraag of de duizendknoop met deze methode uiteindelijk helemaal bestreden kan worden. Het betreft dus meer een beheersmethode die risico op verspreiding met zich meebrengt, omdat de maaimachine stukjes wortel en knopen mee kan nemen naar een nieuwe vestigingslocatie.

Handmatig uittrekken

Handmatig uittrekken

De methode...
Oorspronkelijk zat de methode handmatig uittrekken niet in de proef omdat het handmatig uittrekken van wortelstokken zeer arbeidsintensief is en over het algemeen beschouwd wordt als niet efficiënt. Dit omdat gemakkelijk stukken wortelstok kunnen worden vergeten die weer kunnen uitlopen. Het was dan ook de verwachting dat deze methode in de praktijk nauwelijks zal worden toegepast. Tijdens de looptijd van de praktijkproef is deze methode op verzoek toch toegevoegd en op vier locaties uitgevoerd. Met behulp van vrijwilligers is deze methode tegen lage kosten uit te voeren. In de gemeente Renkum is bijvoorbeeld de Renkumse Duizendknoopbrigade actief. Deze brigade heeft zich tot doel gesteld de duizendknoop door middel van uittrekken uit te putten.
Ervaringen...
Handmatig uittrekken is binnen de praktijkproef later toegevoegd en op een beperkt aantal locaties toegepast. Er is daarom geen werkbeschrijving voor ontwikkeld en een goede statistische analyse is niet mogelijk. Wel is het algemene beeld te schetsen dat het aantal stengels per are door deze bestrijdingsmethode kan afnemen. Waterschap Brabantse Delta gaf aan dat, naarmate de bestrijdingsproef vorderde, er meer biomassa uit de bodem werd onttrokken en dat de bovengrondse biomassa aanzienlijk afnam. In de gemeente Renkum is een proef gestart met handmatig uittrekken door de vrijwilligersgroep ‘Renkumse Duizendknoopbrigade’ en ook op de Utrechtse Heuvelrug heeft een proef met uittrekken door vrijwilligers plaatsgevonden. Ook deze proeven laten goede resultaten van deze manier van bestrijding zien.
Resultaten...
In de proef nam het aantal stengels van gemiddeld 3.600 stengels per are af naar 130 stengels per are. Op twee van de vier locaties werden zelfs bij de eindmonitoring geen stengels meer aangetroffen en was de locatie door een ander vegetatietype bedekt.
Aantal stengels per jaar per are  bij maandelijks maaien.
Aantal stengels per jaar per are bij maandelijks maaien.
Manuren en materiaalkosten...
In het eerste jaar kostte het handmatig uittrekken van de stengels gemiddeld 8 manuren per are. In de opvolgende jaren daalde het gemiddelde aantal manuren per are tot 5 uur in jaar 2, ruim 3 uur in jaar 3 en 1,25 uur in jaar 4. Tussen de verschillende proeflocaties was echter wel een grote spreiding in het aantal bestede manuren. De uitvoerders van de terreinbeherende organisaties merkten op dat met name in de laatste jaren het zoeken naar de overgebleven stengels de meeste tijd kostte.

De gemiddelde kosten (inclusief afvoer) per are daalden van € 480 in het eerste jaar naar € 75 in het laatste jaar.

De gemiddelde totale kosten voor het uittrekken over de 4 jaar bedroegen € 1.040 per are. De gemiddelde kosten over de looptijd van 4 jaar komen dan uit op € 260 per are per jaar. Kijken we over een periode van 8 groeiseizoenen, dan dalen de gemiddelde kosten per are per jaar naar € 160.
Kosten in relatie tot behaalde resultaat...
De uittrekmethode is een arbeidsintensieve methode, zeker op groeilocaties met een hoge stengeldichtheid. Deze methode brengt daardoor relatief hoge kosten met zich mee. Wel is het een effectieve methode om de duizendknoop te bestrijden. Inzet van vrijwilligers kan deze kosten omlaag brengen om de duizendknoop met deze methode effectief en kostenefficiënt te bestrijden. Wel is goede coördinatie van een dergelijke vrijwilligersgroep nodig. Diverse organisaties, zoals Landschapsbeheer Nederland, hebben ruime kennis over en ervaring met het werken met vrijwilligers(groepen).

Bladbehandeling met glyfosaat

Chemische bestrijding - Bladbehandeling met glyfosaat
(9 locaties)

Chemische bestrijding...
De behandeling met chemische bestrijdingsmiddelen was in eerste instantie de minst wenselijke methode en voor een aantal organisaties helemaal geen optie. Sommige terreinbeherende organisaties hebben echter aangegeven toch chemische bestrijding mee te willen nemen in het project. Het was voor hen duidelijk een laatste redmiddel. Het is ook in het onderzoek meegenomen voor het geval er geen geschikte niet-chemische methoden bleken te zijn. Dan is het toch belangrijk dat de informatie beschikbaar is om eventueel chemische bestrijding in te zetten. Dit voorkomt ook dat iedereen proeven met bestrijdingsmiddelen gaat doen die niet tot het gewenste resultaat leiden. Bij de wijze van toepassing zijn drie methoden onafhankelijk van elkaar gebruikt; het bestrijken van vers afgemaaide stengels (stobbenbehandeling), het injecteren van de stengels en bladbehandeling. De chemische behandelingen zijn één- of tweemaal (afhankelijk van de methode) per groeiseizoen uitgevoerd, in ieder geval medio of eind augustus. Ervaringen in met name Groot-Brittannië wijzen er namelijk op dat behandeling op dit moment in het groeiseizoen tot goede resultaten leidt, omdat de plant in deze periode veel voedingsstoffen naar de wortelstokken terughaalt en daarmee ook het chemische bestrijdingsmiddel.

Voor de behandeling van duizendknoop met chemische bestrijdingsmiddelen kan in Nederland gebruik worden gemaakt van een beperkt aantal middelen. Met glyfosaat zijn in veel onderzoeksprojecten en -experimenten naar de bestrijding van duizendknoop goede resultaten geboekt. Bovendien is dit het meest gebruikte en meest toegankelijke middel van de overgebleven in Nederland toegestane middelen. Op dit moment (december 2017) is voor professionele toepassing volgens het gebruiksvoorschrift alleen bladbehandeling toegestaan. Met de stobbenbehandeling die in het gebruiksvoorschrift staat, wordt stobbenbehandeling van bomen bedoeld en niet de behandeling van holle stengelonkruiden zoals duizendknoop. Stobbenbehandeling en injecteren mogen alleen met een vrijstelling van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) toegepast worden.

De behandelingen zijn met name uitgevoerd op droge leemarme zandgronden en op lemige zandgronden. Bodemtype is niet meegenomen in de analyse van de resultaten.

De bestrijdingsmethoden ‘bladbehandeling met glyfosaat’, ‘stobbenbehandeling met glyfosaat’ en ‘injecteren met glyfosaat’ worden hieronder beschreven.
De methode...
Twee keer per groeiseizoen zijn de stengels afgemaaid (handmatig of met een maai-zuigcombinatie) en twee weken later werd de bladbehandeling uitgevoerd op de planten. Dit werd gedaan met een rugsproeier met regelbare sproeikop, met een 1,5 à 2 % glyfosaatoplossing. Halverwege juni werd de behandeling voor de eerste keer uitgevoerd en halverwege augustus voor de tweede keer. De bladbehandeling kon alleen worden uitgevoerd bij gunstige weersomstandigheden: niet te warm, bewolkt, geen regen (ook niet in de 4 tot 6 uur na de behandeling) en geen vorst. Tijdens de behandeling dienden de planten droog te zijn.
Ervaringen...
Net als injecteren, had de methode bladbehandeling met glyfosaat op korte termijn positieve resultaten. Het aantal planten liep sterk terug. Daarnaast werd op veel locaties uitsluitend hergroei in bonsaivorm waargenomen.
Bonsaigroei na bladbehandeling met glyfosaat
Bonsaigroei na bladbehandeling met glyfosaat
Resultaten...
Het aantal stengels is bij bladbehandeling geleidelijk afgenomen van gemiddeld 2.100 stengels naar 90 stengels per are.

Ook hier werd in het veld waargenomen dat bij hergroei de planten kleiner bleven (een daling van 47 cm in jaar 0 naar 13 cm in jaar 4) en dunner werden, maar dit kan door een te klein aantal herhalingen niet statistisch worden onderbouwd. Dit betekent dat de duizendknoopbiomassa sterk is afgenomen gedurende de proef, maar er wel grote verschillen tussen groeilocaties waren.
Het aantal stengels per are per jaar nam bij bladbehandeling geleidelijk af.
Het aantal stengels per are per jaar nam bij bladbehandeling geleidelijk af.
Hoogte/dikte-verhouding per jaar bij bladbehandeling (cm/mm). In jaar 4 zijn de stengels kleiner geworden dan voorgaande jaren.
Hoogte/dikte-verhouding per jaar bij bladbehandeling (cm/mm). In jaar 4 zijn de stengels kleiner geworden dan voorgaande jaren.
Manuren en materiaalkosten...
De bladbehandeling met glyfosaat kostte in het eerste jaar aan manuren gemiddeld 13 uur per are, wat (significant) afnam tot gemiddeld 3,5 uur per are in het vierde jaar. De totale kosten per are namen significant af van € 400 in jaar 1 tot € 130 in het vierde jaar. Deze kosten bestonden voornamelijk uit kosten voor manuren, inclusief het eventueel maaien met de bosmaaier wanneer de stengels hoger dan 20 cm waren.

De kosten voor de benodigde glyfosaat in een 2%-oplossing bedroegen jaarlijks gemiddeld € 1,90 per are. De totale kosten over de looptijd van 4 jaar bedroegen € 1.040 per are, deze bestonden voornamelijk uit de kosten voor de 30 manuren per are. De materiaalkosten, onder andere voor de benodigde glyfosaat, omvatten met € 100 slechts een klein deel van de totale kosten. De gemiddelde kosten per are per jaar bedragen € 260 per are per jaar over een periode van 4 jaar en € 170 over een periode van 8 jaar.
Kosten in relatie tot behaalde resultaat...
De kosten voor bladbehandeling zijn in relatie tot de waargenomen stengelafname ten opzichte van de overige geteste bestrijdingsmethoden gemiddeld tot laag. De relatieve stengelafname was bij bladbehandeling zeer hoog. Dat maakt de methode een effectieve en kostenefficiënte methode.

Stobbenbehandeling met glyfosaat

Chemische bestrijding - Stobbenbehandeling met glyfosaat
(13 locaties)

Chemische bestrijding...
De behandeling met chemische bestrijdingsmiddelen was in eerste instantie de minst wenselijke methode en voor een aantal organisaties helemaal geen optie. Sommige terreinbeherende organisaties hebben echter aangegeven toch chemische bestrijding mee te willen nemen in het project. Het was voor hen duidelijk een laatste redmiddel. Het is ook in het onderzoek meegenomen voor het geval er geen geschikte niet-chemische methoden bleken te zijn. Dan is het toch belangrijk dat de informatie beschikbaar is om eventueel chemische bestrijding in te zetten. Dit voorkomt ook dat iedereen proeven met bestrijdingsmiddelen gaat doen die niet tot het gewenste resultaat leiden. Bij de wijze van toepassing zijn drie methoden onafhankelijk van elkaar gebruikt; het bestrijken van vers afgemaaide stengels (stobbenbehandeling), het injecteren van de stengels en bladbehandeling. De chemische behandelingen zijn één- of tweemaal (afhankelijk van de methode) per groeiseizoen uitgevoerd, in ieder geval medio of eind augustus. Ervaringen in met name Groot-Brittannië wijzen er namelijk op dat behandeling op dit moment in het groeiseizoen tot goede resultaten leidt, omdat de plant in deze periode veel voedingsstoffen naar de wortelstokken terughaalt en daarmee ook het chemische bestrijdingsmiddel.

Voor de behandeling van duizendknoop met chemische bestrijdingsmiddelen kan in Nederland gebruik worden gemaakt van een beperkt aantal middelen. Met glyfosaat zijn in veel onderzoeksprojecten en -experimenten naar de bestrijding van duizendknoop goede resultaten geboekt. Bovendien is dit het meest gebruikte en meest toegankelijke middel van de overgebleven in Nederland toegestane middelen. Op dit moment (december 2017) is voor professionele toepassing volgens het gebruiksvoorschrift alleen bladbehandeling toegestaan. Met de stobbenbehandeling die in het gebruiksvoorschrift staat, wordt stobbenbehandeling van bomen bedoeld en niet de behandeling van holle stengelonkruiden zoals duizendknoop. Stobbenbehandeling en injecteren mogen alleen met een vrijstelling van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) toegepast worden.

De behandelingen zijn met name uitgevoerd op droge leemarme zandgronden en op lemige zandgronden. Bodemtype is niet meegenomen in de analyse van de resultaten.

De bestrijdingsmethoden ‘bladbehandeling met glyfosaat’, ‘stobbenbehandeling met glyfosaat’ en ‘injecteren met glyfosaat’ worden hieronder beschreven.
De methode...
Twee keer per groeiseizoen (eind juni en eind augustus) zijn de stengels afgemaaid en direct daarna zijn de verse snijwonden ingesmeerd met glyfosaat in een 4 à 5 % verdunning. Het maaien is handmatig gedaan om goede snijvlakken te krijgen.
Ervaringen...
Tijdens de praktijkproef zijn positieve ervaringen opgedaan met de stobbenbehandelingmethoden. De hergroei van duizendknoop verminderde in aantal en in hoogte en dikte van de stengels.
Voor en na stobbenbehandeling met glyfosaat (jaar 0 en jaar 4) in Hilvarenbeek.
Voor en na stobbenbehandeling met glyfosaat (jaar 0 en jaar 4) in Hilvarenbeek.
Resultaten...
Bij de methode stobbenbehandeling is het aantal stengels significant afgenomen van gemiddeld 1.800 stengels naar iets minder dan 200 stengels per are. De afname in aantal stengels gebeurt geleidelijk. Direct na het eerste behandeljaar is er een sterke afname van het aantal stengels per are. Ook is de hoogte afgenomen van gemiddeld 47 cm naar 13 cm en lijken de stengels wat dunner geworden.
Aantal stengels per are per jaar bij stobbenbehandeling met glyfosaat.
Aantal stengels per are per jaar bij stobbenbehandeling met glyfosaat.
Manuren en materiaalkosten...
Het aantal benodigde manuren nam af van 11,5 uur per are tot 4,5 uur per are in jaar 4. De totale kosten namen af van € 335 per are in jaar 1 naar € 125 per are in jaar 4. Deze kosten bestaan voornamelijk uit de kosten voor manuren voor het maaien met een bosmaaier en stobbenbehandeling. Overige jaarlijkse kosten bestonden uit kosten voor het afvoeren van maaisel à € 2 per are en kosten voor de benodigde glyfosaat à € 1,90 per are. De totale kosten over de looptijd van 4 jaar bedroegen gemiddeld € 870 per are. Deze bestonden voornamelijk uit kosten voor de in totaal 28 manuren per are, de materiaalkosten met onder andere benodigde glyfosaat omvatte met € 60 slechts een klein deel van de kosten. De gemiddelde kosten per are per jaar bedragen € 217 per are per jaar over een periode van 4 jaar en € 159 over een periode van 8 jaar.
Kosten in relatie tot behaalde resultaat...
Van de geteste chemische bestrijdingsmethoden is stobbenbehandeling de goedkoopste methode. De kosten omvatten voornamelijk manuren, omdat elke stobbe afzonderlijke ingesmeerd dient te worden.

Injecteren met glyfosaat(Bron: Waterschap Aa en Maas)

Chemische bestrijding - Injecteren met glyfosaat
(19 locaties)

Chemische bestrijding...
De behandeling met chemische bestrijdingsmiddelen was in eerste instantie de minst wenselijke methode en voor een aantal organisaties helemaal geen optie. Sommige terreinbeherende organisaties hebben echter aangegeven toch chemische bestrijding mee te willen nemen in het project. Het was voor hen duidelijk een laatste redmiddel. Het is ook in het onderzoek meegenomen voor het geval er geen geschikte niet-chemische methoden bleken te zijn. Dan is het toch belangrijk dat de informatie beschikbaar is om eventueel chemische bestrijding in te zetten. Dit voorkomt ook dat iedereen proeven met bestrijdingsmiddelen gaat doen die niet tot het gewenste resultaat leiden. Bij de wijze van toepassing zijn drie methoden onafhankelijk van elkaar gebruikt; het bestrijken van vers afgemaaide stengels (stobbenbehandeling), het injecteren van de stengels en bladbehandeling. De chemische behandelingen zijn één- of tweemaal (afhankelijk van de methode) per groeiseizoen uitgevoerd, in ieder geval medio of eind augustus. Ervaringen in met name Groot-Brittannië wijzen er namelijk op dat behandeling op dit moment in het groeiseizoen tot goede resultaten leidt, omdat de plant in deze periode veel voedingsstoffen naar de wortelstokken terughaalt en daarmee ook het chemische bestrijdingsmiddel.

Voor de behandeling van duizendknoop met chemische bestrijdingsmiddelen kan in Nederland gebruik worden gemaakt van een beperkt aantal middelen. Met glyfosaat zijn in veel onderzoeksprojecten en -experimenten naar de bestrijding van duizendknoop goede resultaten geboekt. Bovendien is dit het meest gebruikte en meest toegankelijke middel van de overgebleven in Nederland toegestane middelen. Op dit moment (december 2017) is voor professionele toepassing volgens het gebruiksvoorschrift alleen bladbehandeling toegestaan. Met de stobbenbehandeling die in het gebruiksvoorschrift staat, wordt stobbenbehandeling van bomen bedoeld en niet de behandeling van holle stengelonkruiden zoals duizendknoop. Stobbenbehandeling en injecteren mogen alleen met een vrijstelling van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) toegepast worden.

De behandelingen zijn met name uitgevoerd op droge leemarme zandgronden en op lemige zandgronden. Bodemtype is niet meegenomen in de analyse van de resultaten.

De bestrijdingsmethoden ‘bladbehandeling met glyfosaat’, ‘stobbenbehandeling met glyfosaat’ en ‘injecteren met glyfosaat’ worden hieronder beschreven.
De methode...
Het injecteren van stengels is (afhankelijk van de stengeldichtheid bij de start van bestrijding) een zeer arbeidsintensieve methode, waarbij iedere stengel afzonderlijk moet worden geïnjecteerd. De behandeling werd eenmaal per jaar uitgevoerd, eind juli/ augustus. Uit ervaring in Duitsland blijkt dit het meest ideale moment, omdat de plant alle energie reeds in de groei en bloei heeft gestoken. De energie voor hergroei is daardoor beperkt en de plant krijgt de grootste. Een bijkomend voordeel was dat in hetzelfde groeiseizoen de proeflocatie nogmaals nagelopen kon worden om eventuele gemiste stengels nogmaals te behandelen. Ook kreeg eventueel aanwezige andere vegetatie de kans zich in hetzelfde groeiseizoen uit te breiden of te vestigen. De stengels werden met 2,5 tot 4 ml glyfosaat in 70% oplossing geïnjecteerd, afhankelijk van de dikte van de stengel. Na hergroei zijn de stengels relatief dun. Wanneer injecteren als gevolg daarvan niet meer mogelijk was, werd de hergroei tweemaal per jaar (juni en eind augustus/begin september) verwijderd door middel van uitsteken/uitgraven tot een diepte van 10 cm. Bij één deelnemer bleek het uitsteken/uitgraven moeilijk te gaan. Daarom is deze deelnemer overgegaan tot afsnijden van de te dunne stengels voor zijwaarts injecteren om vervolgens vanaf de bovenkant door het tussenschot te injecteren.
Injecteren met glyfosaat.
Injecteren met glyfosaat.
Ervaringen...
Het injecteren is een over het algemeen arbeidsintensieve methode die op korte termijn tot positieve resultaten leidt. Vooral op locaties met een grote stengeldichtheid en met dunnere stengels bleek injecteren zeer arbeidsintensief. Bij oudere duizendknopenhaarden met enkele zeer dikke stegels per pol kostte het injecteren aanzienlijk minder manuren.

In de werkbeschrijving werd voorgeschreven een oplossing van 70% te injecteren. Eén van de deelnemende terreinbeherende organisaties (CNME Maastricht) heeft echter tijdens de proef op groeilocaties buiten de praktijkproef de concentratie glyfosaat verlaagd tot 40% en later zelfs op een aantal locaties tot 5%. Uit waarnemingen op deze locaties blijkt dat deze concentraties dezelfde resultaten opleveren als de 70%-oplossing: ook op locaties waar een 5%-oplossing is gebruikt, was binnen een aantal jaar de duizendknoop verdwenen. Een andere belangrijke constatering die door Gijs Ketelaars van CNME Maastricht is gedaan, is dat de bestrijding tot een veel beter resultaat leidt indien de groeilocatie ongestoord is. Op groeilocaties waar bijvoorbeeld een aantal jaren is gemaaid is het effect van injecteren veel beperkter. Dit wordt bevestigd door Natuurmonumenten. Ten opzichte van locaties waar geen verstoring had plaatsgevonden zagen zij minder effect van injecteren langs bospaden die voordat de bestrijdingsproef was gestart waren geherprofileerd.
Voor en na het injecteren met glyfosaat (jaar 0 en jaar 4).
Voor en na het injecteren met glyfosaat (jaar 0 en jaar 4).
Resultaten...
Het aantal stengels is bij injecteren afgenomen van gemiddeld ruim 1.500 stengels naar 220 stengels per are. Al in het eerste jaar van bestrijding is een duidelijke afname in het aantal stengels per are te zien, al zijn er grote verschillen tussen locaties. Op een aantal locaties is na een jaar een groot deel van de stengels verdwenen, terwijl op andere locaties waar in het verleden de duizendknoop op andere wijze is bestreden de afname lager was.

Naast dat het aantal stengels daalde, werden bij hergroei de stengels dunner (van gemiddeld 9 mm naar 3 mm) en kleiner (van gemiddeld 115 cm naar 27 cm). Dit betekent dat door het injecteren de bovengrondse biomassa jaarlijks afneemt. Door het beperkte aantal herhalingen en de lage dichtheid van de hergroei kunnen deze afnames in dikte en hoogte niet statistisch worden onderbouwd.
Aantal stengels per are per jaar bij injecteren met glyfosaat.
Aantal stengels per are per jaar bij injecteren met glyfosaat.
Twee voorbeelden van dunner en kleiner hergroeide duizendknoopplanten na injecteren met glyfosaat bij de Empese en Tondese heide.
Twee voorbeelden van dunner en kleiner hergroeide duizendknoopplanten na injecteren met glyfosaat bij de Empese en Tondese heide.
Manuren en materiaalkosten...
Voor het injecteren is eenmalig een injectiepistool à € 450 aangeschaft (zie figuur 2.3). Een dergelijk injectiepistool kan ook zelf vervaardigd worden, in dat geval zullen de kosten €150 à € 200 zijn. In dit rapport is gerekend met kosten voor het zelf vervaardigen van een injectiepistool à € 175, omdat de ervaring leert dat veel aannemers ervoor kiezen zelf het gereedschap te ontwikkelen.

Het aantal manuren per are is afgenomen van 9 uur in het eerste jaar naar ruim 4 uur in het laatste jaar. De totale kosten per are zijn afgenomen van € 530 (inclusief injectiepistool) naar € 250. De totale kosten over de looptijd bedragen gemiddeld € 1.425 per are. Deze bestaan uit kosten voor de 25 manuren en materiaalkosten die gemiddeld € 625 bedragen. De gemiddelde kosten per are per jaar bedragen € 360 per are per jaar over een periode van 4 jaar en € 260 over een periode van 8 jaar.
Kosten in relatie tot behaalde resultaat...
De kosten voor injecteren in relatie tot de waargenomen stengelafname zijn ten opzichte van de overige geteste bestrijdingsmethoden laag. In de praktijkproef is deze methode getest op groeilocaties met een relatief lage stengeldichtheid. Omdat elke afzonderlijke stengel geïnjecteerd dient te worden, zullen de kosten op groeilocaties met een hogere stengeldichtheid hoger uitvallen. Daarnaast is het de vraag of deze methode op die locaties hetzelfde effect zal hebben, omdat een hoge stengeldichtheid meestal een indicatie is voor het feit dat het een locatie betreft die in het verleden is gemaaid of op een andere manier is verstoord. Op dit type locaties is het effect van de methode minder groot.

Bladbehandeling met Ultima

Bladbehandeling met Ultima
(15 locaties)

De methode...
Tot voor kort waren er geen biologisch afbreekbare bestrijdingsmiddelen beschikbaar waarmee goede resultaten zijn geboekt in de bestrijding van duizendknoop. Er is echter recent een nieuw middel op de markt gekomen waarmee veelbelovende resultaten op andere plantensoorten zijn geboekt: Ultima. Dit is een biologisch afbreekbaar contactmiddel dat bestaat uit een lage concentratie groeiremmer (Maleïne Hydrazide) en een vetzuur (Pelargonzuur) dat zorgt dat de huidmondjes open gaan en de plant uitdroogt.
Bladbehandeling met Ultima: door het vetzuur gaan de huidmondjes openstaan en droogt de plant binnen een half uur uit.
Bladbehandeling met Ultima: door het vetzuur gaan de huidmondjes openstaan en droogt de plant binnen een half uur uit.
Er is echter slechts een beperkte ontheffing voor Ultima. Omwille van het vergroten van het aantal niet-chemische bestrijdingsopties is een ontheffing van het Ctgb verkregen om bestrijding van duizendknoop met dit middel op te nemen in de proef.

De bladbehandeling is steeds uitgevoerd als de planten een hoogte hadden bereikt van 10 à 20 cm, met de eerste behandeling begin mei. Afhankelijk van de start van het groeiseizoen ligt dit tijdstip iets eerder of later. Indien de scheuten bij de start van het jaar hoger waren, werd er twee weken voor de eerste behandeling gemaaid. Vervolgens is steeds behandeld als het merendeel van de scheuten weer een hoogte van 10 tot 20 cm had bereikt. In praktijk werd er gedurende een groeiseizoen elke drie weken een behandeling gedaan. De behandelingen werden uitgevoerd met een rugspuit met afschermkap of een motor-aangedreven spuit met spuitlans, uitgerust met een enkele spuitdop en afschermkap. Omdat Ultima een contactmiddel is, moesten alle plantdelen goed nat worden gespoten (tot druipens toe). Om die reden diende er ook een hechtmiddel te worden toegevoegd, bijvoorbeeld Squall. Per m2 die volledig bedekt is met duizendknoop was 16 ml Ultima nodig in een 1 op 6 oplossing. De temperatuur tijdens toepassing moest tussen 10⁰ C en 25⁰ C liggen, bij voorkeur tijdens droog en zonnig weer (de werking is dan het beste). De behandeling mocht niet worden toegepast wanneer de duizendknoop door regen of dauw vochtig was of op momenten dat er in de eerste 8 uur na behandeling regen werd verwacht. Vocht zorgt ervoor dat Ultima van het blad afloopt voordat de werkzame stoffen hun werk kunnen doen.
Ervaringen...
De bestrijdingsmethode met Ultima leidt tot positieve resultaten op korte termijn. Wel blijkt de bestrijding met Ultima een methode die veel planning vraagt. Omdat Ultima een contactmiddel is, kon de methode alleen bij zonnig en droog weer worden toegepast. Wanneer de planten door regen of dauw vochtig waren, of dat er in de eerste 8 uur na de behandeling regen werd verwacht, kon Ultima niet worden aangebracht. In 2016 hebben studenten Plantenwetenschappen aan Wageningen University een aantal wortels van duizendknoopplanten met en zonder bestrijding met Ultima opgegraven en opgepot. De wortels van duizendknopen behandeld met Ultima kenden een lager ontkiemingspercentage dan de controlewortels. De wortels van de met Ultima behandelde planten die wel uitliepen, liepen sneller uit dan die van onbehandelde planten, maar bleven kleiner.
Voor en na behandeling met Ultima (jaar 0 en jaar 4).
Voor en na behandeling met Ultima (jaar 0 en jaar 4).
Resultaten...
Bij de bladbehandeling met het biologisch afbreekbare bestrijdingsmiddel Ultima nam de stengeldichtheid af van 3.400 stengels per are in jaar 0 naar 1.200 stengels in jaar 4.
Aantal stengels per are per jaar bij behandeling met Ultima.
Aantal stengels per are per jaar bij behandeling met Ultima.
Manuren en materiaalkosten...
Het aantal manuren schommelde gedurende de proef tussen ongeveer 10 uur per are en 16 uur per are. De totale kosten voor de looptijd van 4 jaar bedroegen € 2.075 per are per jaar. Per locatie zijn sterke verschillen in kosten te zien. De kosten omvatten met name manuren voor het eventueel maaien wanneer de planten hoger dan 20 cm waren en het bespuiten van de planten.

In vergelijking met bladbehandeling met glyfosaat is bladbehandeling met Ultima duurder. Dit komt door het feit dat de behandeling een aantal keer per groeiseizoen herhaald dient te worden. Hierdoor is het benodigde aantal manuren hoger dan bij bladbehandeling met glyfosaat, wat tweemaal per jaar uitgevoerd wordt. Ook zijn de kosten voor het middel Ultima (€ 12 per liter) en het hechtmiddel om de werking van Ultima te verbeteren (€ 7 per liter) relatief hoog. Per are bedragen de kosten voor glyfosaat € 1,90 en voor Ultima en hechtmiddel € 25. De gemiddelde kosten per are per jaar voor Ultima bedragen € 520 over een periode van 4 jaar en € 466 over een periode van 8 jaar.
Kosten in relatie tot behaalde resultaat...
De kosten voor de bestrijdingsmethode Ultima zijn relatief hoog in vergelijking met de geteste chemische methoden. Dit wordt met name veroorzaakt door het hoge benodigde aantal manuren en de hoge kosten voor het middel. In vergelijking met de overige geteste methoden lijkt dit een minder kostenefficiënte bestrijdingsmethode.

Afgraven

Afgraven
(geen locaties opgenomen)

De methode...
Deze methode is binnen de praktijkproef niet getest. In plaats daarvan zijn ervaringen met deze methode en de daaraan gekoppelde kosten via een aantal terreinbeheerders verzameld.
Ervaringen en resultaten...
De afgraafmethode is niet in de praktijkproef getest. Wel hebben twee terreineigenaren die deelnamen aan de praktijkproef op eigen initiatief groeiplaatsen afgegraven.

Eén van de afgegraven groeilocaties, van ongeveer 50 m2, lag naast een provinciale weg. Dit betrof een groeilocatie op een arme zandgrond waar geen bomen of struiken groeiden. Hierdoor konden de worteldelen van de duizendknoop eenvoudig worden herkend. De bodem is tot ongeveer 90 cm diep afgegraven. Dieper was niet mogelijk in verband met de vele kabels en leidingen in de bermbodem. Na een jaar is de locatie gecontroleerd en werd één hergroeide duizendknoopplant aangetroffen die vervolgens is uitgetrokken.

De andere afgegraven groeilocatie betrof een groeilocatie van ongeveer 100 m2 op een talud. Dit was een vrij arme zandgrond met een diepe grondwaterstand. De bodem is tot ongeveer 1 m diep afgegraven, waarna de nog zichtbare wortelpuntjes in de kuil zijn aangestipt met glyfosaat. De grond is ter plekke gezeefd waardoor afvoer van de hoeveelheid grond geminimaliseerd werd. Deze methode was effectief; ook na een paar groeiseizoenen is er geen hergroei waargenomen.
Kosten...
Op de locatie naast de provinciale weg is het afgraven van de duizendknoophaard gecombineerd met de aanleg van een faunatunnel, waardoor de kosten beperkt bleven. Inschatting is dat de kosten voor het afgraven van de duizendknooplocatie van enkele vierkante meters ongeveer € 2.000 bedroegen (€ 4.000 per are), inclusief graafmachinehuur en afvoer van de grond.

Op de andere locatie waar een groeiplaats van ongeveer 100 m2 op een talud tot ongeveer 1 m diep is afgegraven, bedroegen de kosten ongeveer € 5.500. Dit was inclusief de graafmachinehuur en het zeven van de grond. Op basis van deze twee voorbeelden komen de gemiddelde kosten over een periode van 4 groeiseizoenen uit op ca. € 1.200 per are per jaar. Over een periode van 8 jaar zijn de gemiddelde kosten dus ca. € 600 per are per jaar.
Kosten in relatie tot behaalde resultaat...
De kosten zijn sterk afhankelijk van de uitgangssituatie. Op een zeer arme bodem waar de duizendknoop oppervlakkig wortelt en geen tot weinig bomen en struiken groeien, kan afgraven tot ongeveer een meter voldoende zijn. Wanneer het gecombineerd kan worden met andere werkzaamheden, kunnen de kosten beperkt blijven. Op bodems waar de duizendknoop dieper wortelt, zullen de kosten hoger uitvallen.

Begrazing

Begrazing
(2 locaties)

De methode...
Duizendknoop is eetbaar voor schapen, varkens, geiten, runderen en paarden. Dit geldt met name voor jonge scheuten, maar het is bekend dat bepaalde schapenrassen ook oudere stengels eten. Dieren hebben echter over het algemeen geen voorkeur voor duizendknoop en moeten “gedwongen” worden de soort te eten door ze binnen een raster te zetten met een beperkte oppervlakte met andere soorten. Bij deze methode zijn heideschapenrassen ingezet die het eten van duizendknoop goed verdragen. Op de ene locatie zijn Kempische heideschapen ingezet. Deze schapen graasden de duizendknoop drie keer per groeiseizoen kort af. De kudde werd steeds voor een periode van 2 tot 3 dagen ingerasterd op een relatief klein stuk grasland met daarin een beperkte oppervlakte duizendknoop, zodat de schapen gedwongen werden dit binnen korte tijd af te grazen. Op de andere locatie is met Schoonebeker heideschapen een continue begrazing in het groeiseizoen ingezet met een kleiner aantal schapen. Als de oppervlakte grasland namelijk een te groot aandeel duizendknoop bevat, moeten de schapen te lang gedwongen worden de duizendknoop te eten en dat kan ten koste gaan van de conditie van de schapen.

Parallel aan de praktijkproef is de Gemeente Renkum in 2014 gestart met de inzet van Bonte Bentheimer Landvarkens voor de bestrijding van duizendknoop. De varkens eten zowel de stengels en bladeren als de wortels in de ondiepe ondergrond. De hypothese is dat hierdoor de plant sneller uitgeput wordt dan bij begrazing door schapen. De methode begrazing middels varkens is geen onderdeel van de bestrijdingsproef, maar is wel gevolgd.
Begrazing door schapen op een geluidswal bij Amersfoort.
Begrazing door schapen op een geluidswal bij Amersfoort.
Ervaringen en resultaten...
Slechts op twee locaties is de duizendknoop begraasd door schapen, daarom is een uitvoerige, statistisch te onderbouwen analyse niet mogelijk.

Op de locatie in Amersfoort waar drukbegrazing is toegepast, hadden de schapen de neiging alleen de bladeren te eten en de stengels te laten staan waardoor niet alle bovengrondse biomassa weggehaald wordt en de impact op de plant minder groot is. Uit de veldbezoeken blijkt de bedekking van duizendknoop op deze locatie niet minder te worden. Op de locatie van Waterschap Aa en Maas waar schapen continue tijdens het groeiseizoen graasden, prefereerden de schapen juist wel duizendknoop en dan met name de jonge uitlopers. Hier had de begrazing wel een afname van duizendknoop tot gevolg. Daarnaast was op de locatie in Amersfoort de duizendknoop alweer voor deel terug gegroeid voordat de begrazing startte.

De gemeente Renkum is in 2015 een proef gestart met Bonte Bentheimer Landvarkens. Al in het tweede jaar nam de populatie duizendknoop af. Dit bevestigt de hypothese dat doordat de varkens ook worteldelen opgraven en eten, de planten sneller uitgeput raken dan wanneer alleen de bovengrondse delen begraasd worden. Wel is het, in het kader van de gezondheid van de varkens, van belang dat het dieet niet uitsluitend uit duizendknoop bestaat. Ook is het van belang dat de begrazing wordt uitgevoerd met een hoge dichtheid van varkens, zodat de duizendknoop intensief wordt begraasd. In Renkum is de duizendknoop rond het nachtverblijf en de voederplek van de varkens bijvoorbeeld bijna verdwenen terwijl de dichtheid over de rest van de oppervlakte nog steeds relatief hoog is, maar wel afneemt.
Begrazing door varkens in de gemeente Renkum.
Begrazing door varkens in de gemeente Renkum.
Manuren en materiaalkosten...
Van één locatie zijn de kosten voor begrazing door schapen in kaart gebracht. Hier hebben jaarlijks 5 schapen gedurende 30 weken (in jaar 2) tot 23 weken (in jaar 4) op 160 m2 gegraasd. Het aantal manuren in het eerste jaar bedroeg 8 uur per are. De kosten voor de begrazing inclusief het jaarlijks plaatsen, onderhouden en verwijderen van rasters en het toezicht bedroegen € 800 per are in jaar 2 en ongeveer € 575 per are per jaar in de opvolgende jaren.

De gemiddelde kosten per are per jaar bedragen € 630 per are per jaar over een periode van 4 jaar en € 600 over een periode van 8 jaar.
Kosten in relatie tot behaalde resultaat...
Begrazing door schapen leidt niet op alle locaties tot een significante afname van duizendknoop en is relatief duur. Daarom lijkt dit niet de meest geschikte bestrijdingsmethode. Wel kunnen er bij verschillende kuddes verschillen in voedselvoorkeur zijn die het resultaat bepalen. De inzet van varkens lijkt op kortere termijn tot positievere resultaten te leiden, omdat dan ook delen van de ondergrondse biomassa worden verwijderd.

Het markeren van de proeflocatie met een bordje kan een middel zijn om verstoring tegen te gaan Natuurlijk kan duizendknoop ook tot mooie plaatjes leiden